2002

ALZHEIMER

Ze zwaaide met een kleine hand tot aan de hoek,
dag schat tot straks, tot het bezoek;
hij jammerde Ik wil naar huis.

Dit was het dus,
het einde van hun samenzijn.
Vanhier groef men bergaf
één spade elke dag
tot het voltooide graf.
Er ging een bus.

Buiten scheen de zon gewoon,
licht speelde door een beukenboom;
hij stond bloedrood te zijn
een overmacht aan pijn.

In: Een blauwe tuin, Kampen: Kok 2002.

VERTROUWEN

Ik zie haar eerste bloei
nog op het kale hout
en vraag bezorgd
vanwaar die vroege groei
de nachten nog zo koud.

De boom zegt niets
maar bloeit mij aan
alsof haar zachte kracht
de strengste vorsten
zal weerstaan.
Ook deze nacht.

In: Een blauwe tuin, Kampen: Kok 2002.